De geschiedenis van mijn tanden | Recensie

Geplaatst door op 8 juli, 2016 in Nieuws, Recensie | 0 reacties

De geschiedenis van mijn tanden | Recensie

Valeria Luiselli (1983) is een aanstormend jong talent uit Mexico. De geschiedenis van mijn tanden is  haar derde roman, eerder schreef ze haar debuut Valse papieren en De gewichtlozen, haar internationale doorbraak. Ze wordt gezien als vernieuwend en rebels, zowel “Het enfant terrible van de Mexicaanse letteren” als “een van de grootste beloftes van de Mexicaanse literatuur”. Voor mij was het een feest om kennis te maken met deze intelligente en originele schrijfster die de Latijns-Amerikaanse experimenteerdrang uit de jaren 60 en 70 weer nieuw leven inblaast.

 

De geschiedenis van mijn tanden is met niets te vergelijken.

Luiselli heeft een volstrekt eigen stijl en vorm. Het boek bestaat uit 7 ‘boeken’ met pretentieuze titels als De geschiedenis (I), De parabolische uitweidingen (II), De hyperbolische (III), De elliptische (IV), De allegorische (V), Circulaire wandeling (VI), En dan nu de fictie, chronologisch (VII). Dat schrikt in eerste instantie af, maar gelukkig is het pure ironie.

De geschiedenis van mijn tandenIn boek I-IV vertelt Gustavo Sánchez Sánchez, alias Snelweg, zijn eigen levensverhaal. Gustavo wordt al geboren met tanden in zijn mond en zijn afzichtelijke gebit zal de rest van zijn leven beheersen. Na een carrière van twaalf ambachten, dertien ongelukken en een mislukt huwelijk ontdekt hij op zijn tweeënveertigste zijn roeping: de beste veilingmeester ter wereld worden, zodat hij zijn gebit kan laten vervangen. En dat lukt. In een obscure cursus leert hij vier – overigens fictieve – veilingmethodes: de circulaire, elliptische, parabolische en hyperbolische methode. Daarna reist hij de hele wereld over als veilingmeester en verzamelt en passant zijn eigen kunstcollectie. Een van de schatten die hij op de kop tikt is het gebit van Marilyn Monroe; dat wordt het zijne.

Wat is kunst?

Aan het eind van zijn leven ontmoet Snelweg de schrijver Pedro (Pepe) Menard. Hij vraagt hem zijn ‘tandenautobiografie’ te schrijven. Boek V – De allegorische – is Snelwegs biografie vanuit het perspectief van deze Pepe. En dat levert een heel ander verhaal op. Snelweg is nooit een topveilingmeester geweest, maar heeft een marginaal bestaan geleid in een van de meest troosteloze wijken van Mexico-Stad. Zijn pakhuis, annex veilinghuis is leeg, zijn collectie bestaat uit een verzameling verhalen die hij veilt volgens een door hemzelf ontwikkelde methode:

“ik kan zeggen dat er tijdens allegorische veilingen geen voorwerpen geveild worden maar geschiedenissen die hun een waarde en een betekenis geven.”

Het contrast tussen Snelwegs eigen succesverhaal en de objectieve versie van de biograaf is ontluisterend. Is Snelweg een charlatan die meetkundige termen gebruikt om zijn verkooppraatje de schijn van betrouwbaarheid te geven, zoals in de WC-eend reclame? Zijn de gladde praatjes allemaal gebakken lucht? Of hebben verhalen ook een waarde? Ik weet het niet, maar Luiselli zet ons wel aan het denken over de waarde van kunst en de rol van marketing in de kunstwereld.

Humor

Valeria Luiselli is duidelijk heel goed ingevoerd in kunst, literatuur en filosofie. De geschiedenis van mijn tanden staat vol met verwijzingen naar schrijvers, kunstenaars en filosofen die op hilarische wijze opduiken als fictieve personages. Zo is Julio Cortázar de buurman van nr. 42 die aan tetanus is gestorven, heeft Snelweg zijn eerste baantje bij het krantenstalletje van Rubén Darío wiens vrouw vreemdgaat, is Ho Chi Minh “de bewaker die in ieders bijzijn oorsmeer at” en zijn vriend Quintilianus een fabrikant van Chinese gelukkoekjes die alleen Latijn praat.

Hilarisch zijn ook de parabolische uitweidingen, waarin de gebitten van Plato, Petrarca, Rousseau, Borges en andere geleerden worden geveild met een niet al te flatteuze, absurde beschrijving van hun persoonlijkheid.

Dit exemplaar is al jaren een van de meest waardevolle op de markt van de rondreizende parabolische verzamelobjecten. De eigenaar ervan was een klein dikkerdje, met een kogelronde neus en het gezicht als de kont van een varken. De megalomanie had geen grenzen in de ziel van deze verachtelijke. Bij meer dan één gelegenheid zei hij: ‘Ik bestudeer mezelf meer dan welke materie ook; ik ben mijn fysica en mijn metafysica. Kunnen jullie je dat voorstellen? En hij was net één meter zevenenveertig. Hij had weinig en dun haar, hoewel zijn ideeën robuust en overvloedig waren. […] Het geheim van zijn lang houdbare tanden? […] dat hij al in zijn kindertijd leerde in de ochtend met zijn servet zijn tanden te poetsen, en ook nog eens voor én na de maaltijd. Wie doet een bod op deze uiterst schone tanden van Montaigne?

Niets is Luiselli te dol, geen heilig huisje blijft overeind. Met veel fantasie en vaart vertelt ze de ene anekdote na de andere waarin feiten en fictie samensmelten tot een absurdistisch geheel. Zelf zegt ze over haar werk: “Mijn boeken zijn als machines om over andere boeken na te denken. Misschien wel een beetje zoals Le Corbusier dacht dat zijn huizen machines waren om in te leven.” De geschiedenis van mijn tanden past goed in die omschrijving. Door de filosofische inslag en soms moeilijk taalgebruik geen gemakkelijk boek, maar als je van ironie en absurde verhalen houdt zeker een aanrader!

Deze recensie is ook verschenen in het Latin E-magazine van juli 2016.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *